Ambulancechauffeur

Voor beginnende professionals biedt de Academie voor Ambulancezorg de initiële opleiding tot ambulancechauffeur (ACH), ambulanceverpleegkundige (AVP) en verpleegkundig centralist meldkamer ambulancezorg (VCMKA). Studenten zijn afkomstig van de regionale ambulancevoorzieningen (RAV-en).

Inhoud van de opleiding

De opleiding

De initiële opleiding tot ambulancechauffeur omvat twee taakaccenten, te weten het medisch assisterend- en het vervoerstechnische gedeelte. Het medisch assisteren is geënt op het assisteren van de collega ambulanceverpleegkundige tijdens de zorgverlening aan de patiënt. De ambulanceverpleegkundige verricht de daadwerkelijke medische handelingen waarbij de ambulancechauffeur assisteert in het aanreiken en zonodig het handelingsgereed maken van materialen en medicamenten.

Uiteraard wordt er tijdens de opleiding de nodige aandacht geschonken aan het vervoerstechnisch gedeelte. Het rijden met de ambulance vraagt een zekere rijvaardigheid, waardoor het vervoer van de patiënt verantwoord en comfortabel verloopt. De student volgt een rijvaardigheidstraining waarin ook het gebruik maken van ontheffingen op de verkeerswet en -regelgeving bij het rijden met optische en geluidssignalen aan bod komt. Als een ambulance met spoed moet rijden, brengt dit uiteraard een extra dimensie en voor de ambulancechauffeur vereiste rijvaardigheden met zich mee.

Opzet van de opleiding

De initiële opleiding tot ambulancechauffeur duurt (indien alle modules goed doorlopen worden) omstreeks zeven maanden. In deze maanden doorloopt de student een traject van 31 lesdagen. Bij de RAV waar de student in dienst is wordt hij/zij begeleid door een, eveneens door de Academie opgeleide, praktijkbegeleider.

De opleiding is uit negen modules opgebouwd. Iedere module bestaat uit één of meerdere lesdagen. Het medische assisterende gedeelte en het vervoerstechnische gedeelte zijn in de modules geïntegreerd. De modules omvatten niet alleen schoolse activiteiten, maar ook praktijk- en beroepsopdrachten die de student uitvoert in het werkveld.

De opleiding is te splitsen in twee delen. De eerste vijf modules worden beschouwd als basistraject en staan vooral in het teken van het aanleren van de benodigde vaardigheden en kennis. In deze periode werkt de student onder begeleiding in het werkveld waarin hij/zij groeit naar een steeds grotere mate van zelfstandigheid. Deze periode wordt afgesloten met een tussentijds praktijkassessment in de Academie. Als zowel de Academie als de werkgever/praktijkbegeleider een positieve beoordeling geven, is de student startcompetent bevonden en kan de student de opleiding vervolgen.

De hierop volgende periode staat meer in het teken van verdieping en toepassing van de aangeboden lesstof. In deze periode werkt de student (uiteraard onder begeleiding op afstand) zelfstandig in het werkveld. Dit verdiepingstraject wordt ook afgesloten met een praktijkassessment. Na een positieve beoordeling vanuit de Academie en de werkgever/praktijkbegeleider van de RAV, is de student competent bevonden en kan de student functioneren als zelfstandig ambulancechauffeur.

Gedurende de opleiding zijn er verschillende integratiemomenten met studenten die de opleiding tot ambulanceverpleegkundige volgen. Het samen oefenen, trainen en praktisch examineren geeft een toegevoegde waarde aan de vorming van een competente ambulancechauffeur omdat de ambulancechauffeur en ambulanceverpleegkundige op de ambulance een team vormen.

De opleiding is digitaal ingericht, dit houdt in dat het lesmateriaal, de lesroosters, de studiewijzer, het examenreglement, de toetsen en het portfolio zijn ondergebracht in een Elektronische Leeromgeving (ELO) van de Academie. Voor de start van de opleiding krijgen de studenten een toegangscode voor de Elektronische leeromgeving.