Assessments

Met een frequentie van één keer per 5 jaar worden de ambulanceprofessionals; de ambulanceverpleegkundige en ambulancechauffeur, en de zorgambulancebegeleider en zorgambulancechauffeur, in teamverband getoetst aan het landelijke assessment ambulancezorg. De verpleegkundig meldkamercentralisten worden individueel getoetst aan het landelijk assessment ambulancezorg.

Binnen de Academie zijn assessoren geselecteerd en opgeleid om de landelijke assessments af te nemen. Het CITO heeft het toetsingsproces van de assessments als positief beoordeeld.

Het landelijke assessment ambulancezorg bestaat voor de ambulanceverpleegkundige en ambulancechauffeur uit een theoretisch assessment en vier praktijkcasussen. Voor de zorgambulancebegeleider en de zorgambulancechauffeur bestaat het assessment uit een theoretische toets en drie zorgverleningen. Voor de zorgambulancechauffeur wordt deze aangevuld met een rijvaardigheidsassessment. Voor de verpleegkundig meldkamercentralist bestaat het assessment uit een theoretische toets en drie praktijkonderdelen.

De beoordeling is op individueel niveau. Op basis van de uitkomst van het assessment wordt een terugkoppeling gegeven waar de ambulanceprofessional op gerichte wijze mee aan de slag kan gaan.

Naast de landelijke assessments worden in de loop van de initiële opleidingen tot ambulanceverpleegkundige, ambulancechauffeur en verpleegkundig centralist meldkamer ambulancezorg tussentijdse en eindassessments afgenomen. Bij de initiële opleiding tot zorgambulancebegeleider en zorgambulancechauffeur wordt geen tussentijds assessment afgenomen.