Instroomprogramma Cardiac Care verpleegkundigen

Professionals die werkzaam zijn op de Cardiac Care Unit in het ziekenhuis hebben behoorlijk wat kennis en ervaring die van pas komt in het werk als ambulanceverpleegkundige. Toch worden er van een ambulanceverpleegkundige ook andere competenties en vaardigheden gevraagd. Het instroomprogramma CCV voor Cardiac Care verpleegkundigen is bedoeld om de ervaren professionals van de CCU extra bagage mee te geven, zodat zij soepel kunnen doorstromen in de opleiding tot ambulanceverpleegkundige.

Opzet en inhoud

Het College Zorgopleidingen (CZO) heeft bepaald dat Cardiac Care verpleegkundigen extra theorie-, stage- en praktijkuren moeten volgen, bovenop de uren die voor de reguliere opleiding tot ambulanceverpleegkundigen gelden. Het opleidingstraject voor de Cardiac Care verpleegkundigen duurt hierdoor ongeveer 12 maanden. De Academie heeft ervoor gekozen om deze extra theorie-uren in een instroomprogramma onder te brengen, dat voorafgaand aan de initiële opleiding tot ambulanceverpleegkundige wordt gevolgd.

Het instroomprogramma bestaat uit 9 lesdagen aan de Academie voor Ambulancezorg. De lesdagen zijn in de volgende thema’s ondergebracht:

  • ABCD-methodiek en algemene ziekteleer (2 dagen)
  • Airway en Breathing (2 dagen)
  • Neurologie (1 dag)
  • Obstetrie en Pediatrie (2 dagen)
  • Traumachirurgie 9 (2 dagen)

Waar de Academie de extra theorie-uren aanbiedt met het instroomprogramma, zijn studenten en RAV-en verantwoordelijk voor de realisatie van de extra stage- en praktijkuren. De vereiste stages, stage-uren, aantallen patiënten en praktijkervaringen die een instroom-student extra moet opdoen, heeft het CZO beschreven in het ‘aanvraagformulier erkenning Ambulanceverpleegkundige cardiaccare tranche‘. Belangrijk om te weten: deze uren en aantallen moeten gerealiseerd worden binnen een periode van 12 maanden.

Afronding

Het instroomprogramma aan de Academie wordt afgerond met een portfoliobeoordeling waarna studenten bij een voldoende beoordeling direct doorstromen in de reguliere initiële opleiding tot ambulanceverpleegkundige.