Update COVID-19-maatregelen

Beste collega’s,
 
Allereerst: welkom terug na dit vakantieseizoen!
Naar aanleiding van de persconferentie van afgelopen week en de geluiden over oplopende besmettingen is binnen de Academie voor Ambulancezorg het COVID-19-dossier opnieuw gelicht. We hebben een aantal besluiten genomen die van invloed zijn voor het komende najaar.
 

COVID-19-coördinator

Albert van Eldik gaat de taak van coördinator invullen. De verschillende maatregelen voor de diverse beroepsgroepen, de geldigheid ervan en de steeds fluctuerende kennis en inzichten van COVID-19, geven genoeg redenen om iemand in de organisatie aan te stellen om zich hierop te specialiseren. Met de laatste kennis en inzichten kunnen lange-termijn-protocollen worden opgesteld, maar kunnen ook korte-termijn-vraagstukken goed beantwoord worden. We zijn erg blij dat Albert deze taak op zich wil nemen.    
 

Protocollen

Onze COVID-19-coördinator is gelijk aan de slag gegaan met het opstellen van een bedrijfscontinuïteitsplan. Hierin worden protocollen opgenomen voor het geval dat we als Academie voor Ambulancezorg worden geconfronteerd met een besmetting. Zo worden scenario’s uitgedacht met mogelijke besmettingen onder studenten, docenten, maar ook op onze afdelingen. Als het zich voor doet, zijn we voorbereid op welke acties we moeten nemen.
 

Maatregelen geüpdatet

Vandaag zijn ook de eerder afgekondigde COVID-19-maatregelen bestendig gemaakt voor de opleidingsactiviteiten, die in september gaan starten. Zo gaan we meer nadruk leggen op de looproute (meer mensen in huis), zijn mondkapjes verplicht voor studenten op het moment dat zij deelnemen aan praktijkonderwijs waarbij je binnen de 1,5 mtr. afstand komt, etc. Kijk voor alle aanpassingen even secuur naar de bijlage. Deze maatregelen komen ook in het gebouw te hangen.
    
 

Eigen verantwoordelijkheid

We weten hoe belangrijk onze opleidingen in het najaar voor de RAV’s gaan zijn. We hebben een weergaloze inhaalslag gepland voor de maanden dat we geen initiële opleidingen hebben kunnen starten. We kunnen als Academie voor Ambulancezorg veel maatregelen treffen; de vraag is natuurlijk altijd: worden ze ook nageleefd? We gaan uit van ieders eigen verantwoordelijkheid, die, werkend in een opleidingsinstituut in deze tijd, alleen maar hoger wordt. We vragen deze houding niet alleen van onze medewerkers binnen de Academie voor Ambulancezorg, maar feitelijk ook daarbuiten. Iedereen die werkzaam is voor de Academie voor Ambulancezorg en ook fysiek aanwezig is, is dringend verzocht om ook buiten werktijden alert te zijn en zich te houden aan de geldende overheidsmaatregelen. 
 
We volgen de ontwikkelingen op de voet en stellen bij indien nodig en mogelijk. Ik realiseer me dat we wéér een beroep doen op ieders flexibiliteit, maar ik heb er het volste vertrouwen in dat Nederland een tweede golf kan voorkomen. We gaan met nieuwe energie deze appel schillen.
 
Vragen of opmerkingen: stel ze en/of maak ze. We moeten dit met z’n allen doen.
 
Met vriendelijke groet,
 
Ron Brendel

Telefonische bereikbaarheid

In verband met het coronavirus werken veel collega’s vanuit huis. Tijdens deze periode zijn wij telefonisch minder goed tot niet bereikbaar. Per mail blijven we bereikbaar en staan we jullie graag te woord.  

Jaarbericht 2018

Wij kijken terug op een succesvol 2018. Het was een jaar met vele hoogtepunten zoals de opening van ‘het Experium’ tijdens de Ambulance Challenge. Daarnaast hebben we ook nieuwe (post) initiële opleidingen ontwikkeld. 2018 was een jaar waar we trots op mogen zijn. Bekijk ons Jaarbericht 2018.

Een aanrijding met de ambulance

Een aanrijding met de ambulance, een ongeval zit in een klein hoekje

Met spoed op weg naar een zwaargewonde patiënt, de optische- en geluidssignalen staan aan. Maar dan steekt plotseling een fietser over. Door de aanrijding is de fietser zwaargewond. De politie is onmiddellijk ter plaatse en start het onderzoek naar de oorzaak. Wat zijn de rechten en plichten van de ambulancechauffeur bij zo’n ongeval?

Door Achilles Damen, verkeersofficier van justitie en Jan Visser, beleidsmedewerker, beiden werkzaam bij Parket CVOM, het landelijk verkeersparket van het Openbaar Ministerie.

Kader

Jaarlijks zijn er gemiddeld zo’n 50 voorrangsvoertuigen betrokken bij een verkeersongeval. De meest recente telling dateert van 2014 en 2015. Toen was er bij 47 van de totaal 107 ongevallen een ambulance betrokken. In beide jaren hebben al die 107 ongevallen geleid tot één geregistreerd dodelijk slachtoffer en 80 gewonden, van wie 42 personen naar het ziekenhuis zijn gebracht voor onderzoek en/of opname. Van de 80 gewonden waren er 44 hulpverlener, van wie er zeven werkten voor een ambulancedienst.

Bron: Instituut voor Fysieke veiligheid, Ongevallenstatistiek voorrangsvoertuigen 2014-2015 (Arnhem, 2017).

Om maar meteen met de deur in huis te vallen; wanneer een voorrangsvoertuig met spoed naar een mogelijk zwaargewonde patiënt rijdt en betrokken raakt bij een verkeersongeval, kan de bestuurder* vervolgd worden. Bijvoorbeeld voor gevaarlijk rijgedrag (art. 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW)) of voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij iemand om het leven is gekomen of zwaargewond is geraakt (art.6 WVW).  Alleen als de bestuurder  de optische- en geluidssignalen gebruikt, alleen dan is de ambulance een voorrangsvoertuig. De politie zal dan een onderzoek starten naar de oorzaak van het ongeval. Daarbij worden zowel de technische gegevens onderzocht, bijvoorbeeld hoe hard reed de ambulance, zijn er sporen op de weg, maar ook de tactische gegevens. Het tactisch onderzoek bestaat uit het horen van getuigen, zoals de verpleegkundige. Ook de verdachte wordt gehoord en dat kan de ambulancechauffeur zijn.

Verhoor
Wanneer u als bestuurder van de ambulance wordt verhoord als verdachte van het veroorzaken van een verkeersongeval, kan dit ter plaatse gebeuren, maar dat kan ook op een later moment. In bijzondere situaties kunt u zelfs worden aangehouden, wat wil zeggen dat u het politiebureau pas mag verlaten nadat het verhoor is afgerond. Vragen die tijdens het verhoor aan de orde zullen komen zijn bijvoorbeeld; hoe hard reed u, hoe gebeurde het ongeval, had dit voorkomen kunnen worden en waarom reed u als voorrangsvoertuig? De politie wil dat allemaal weten zodat de officier van justitie -en eventueel later de rechter- het belang van de spoedrit kan afwegen tegen de belangen van de verkeersveiligheid. Bij de vragen waarom u als voorrangsvoertuig reed komt ook aan de orde welke medische noodzaak er was. Uiteraard bepaalt u dan op basis van uw geheimhoudingsplicht wat u daar wel of niet over wilt zeggen. U kunt er voor kiezen om, voordat u de agenten spreekt, contact te hebben met een advocaat. Ook mag een advocaat aanwezig zijn als u verhoord wordt. Het verhoor wordt uitgeschreven in een proces-verbaal dat u mag lezen en daarna ondertekenen.

* Naast de ambulancechauffeur geldt dit ook voor o.a. Rapid Responders.

Officier van justitie
De politie stelt na het onderzoek een dossier samen met alle getuigenissen en bevindingen over het ongeval. Dit dossier wordt naar het OM gestuurd in de regio waar het ongeval plaatsvond. De officier van justitie bepaalt uiteindelijk of er iemand vervolgd gaat worden. Een vervolging na een ongeval is namelijk niet verplicht. Bij deze beslissing wordt rekening gehouden met zaken als: is er voldoende bewijs? Zijn er goede redenen waarom de bestuurder van het voorrangsvoertuig harder heeft gereden, of door rood is gereden? Daarbij let de officier ook op de ‘Brancherichtlijn Optische en geluidssignalen spoedeisende medische hulpverlening’ van Ambulancezorg Nederland. Als blijkt dat de chauffeur meer dan 40 km/uur boven de toegestane maximum snelheid ter plaatse heeft gereden, is dat in beginsel fout, zelfs met de optische- en geluidssignalen aan. Dat geldt ook als de ambulance sneller dan 20 km/uur een rood verkeerslicht heeft genegeerd. Al deze feiten neemt de officier van justitie mee in de beslissing een ambulancechauffeur die betrokken was bij een ongeval, wel of niet te vervolgen.

Strafbaar feit
Bepaalt de officier dat er vervolgd gaat worden, dan zijn er drie opties die ten laste gelegd kunnen worden:

  1. Overtreding van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Dit is het geval bij snelheidsovertredingen, geen voorrang verlenen, gevaarlijk inhalen, onnodig rechts houden of onvoldoende afstand houden. Op deze overtredingen staat een maximumstraf van twee maanden hechtenis en/of 3900 euro boete én een ontzegging van de rijbevoegdheid van twee jaar.
  2. Het in het gevaar brengen van het verkeer (art. 5 WVW). Dit wordt gezien als een overtreding. De maximumstraf is ook hierbij; twee maanden hechtenis en/of 3900 euro boete én een ontzegging van de rijbevoegdheid van twee jaar.
  3. Dood of ernstig letsel door schuld in het verkeer (art. 6 WVW). Volgens de wet is dit een misdrijf. De straf die opgelegd kan worden is afhankelijk van de mate van schuld (reed de chauffeur aanmerkelijk onvoorzichtig, zeer onvoorzichtig of roekeloos en van de gevolgen voor het slachtoffer (overleden of de aard van de verwonding)). De straffen die in deze situaties opgelegd kunnen worden variëren tussen de anderhalf jaar en negen jaar gevangenisstraf en maximaal vijf jaar ontzegging van de rijbevoegdheid.

Voor de duidelijkheid, de straffen hierboven genoemd zijn maximum straffen. De rechter heeft ook de mogelijkheid voor een eigen invulling. De minimumstraf, na schuldigverklaring door een rechter, is in dat geval één dag gevangenisstraf of hechtenis. Ook voor de rijontzegging geldt datzelfde minimum. Verder kan de rechter een taakstraf opleggen. Als u voor één van bovenstaande strafbare feiten wordt veroordeeld, volgt een aantekening in het justitieel documentatieregister. Die aantekening kan in de toekomst van invloed zijn op de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).

Zitting
Wanneer u een overtreding ten laste wordt gelegd, kan de officier van justitie de zaak zelf afdoen. Er wordt dan een strafbeschikking tegen u uitgevaardigd. Deze beschikking kan bestaan uit een geldboete én een ontzegging van de rijbevoegdheid voor maximaal zes maanden. In dat laatste geval moet de verdachte altijd door de officier gehoord worden. Er mag dan een advocaat aanwezig zijn.

De officier kan de zaak ook voorleggen aan de rechter. Bijvoorbeeld aan de kantonrechter. Deze rechter behandelt de zaak in zijn eentje. De uitspraak is meteen tijdens de zitting.

Wordt een chauffeur vervolgd voor dood door schuld, of het veroorzaken van zwaar letsel, dan wordt de zaak behandeld door de meervoudige kamer van de rechtbank. Hierin zitten drie rechters. De verdachte is niet verplicht bij deze zitting aanwezig te zijn. Tijdens de behandeling van de zaak wordt het politieonderzoek besproken. Zowel de verdachte als eventuele getuigen leggen een verklaring af. Ook het slachtoffer (of zijn/haar nabestaanden) mag op de zitting vertellen wat de gevolgen zijn geweest van het ongeval. Daarna geeft de officier van justitie zijn of haar visie op de zaak en zal een eis neerleggen. Ook de advocaat van de verdachte krijgt het woord. Tot slot heeft de verdachte de mogelijkheid voor een laatste woord voor de rechter. Daarna wordt de zitting gesloten en volgt veertien dagen later de uitspraak, die op een openbare zitting wordt uitgesproken.

Vervolging voor ongeval tijdens spoedrit
Er zijn recent geen rechtszaken geweest tegen ambulancechauffeurs voor het veroorzaken van gevaarlijk rijgedrag. Wel willen wij in dit artikel een uitspraak bespreken van de rechtbank Oost-Brabant over de vervolging van een politieman voor het veroorzaken van dood of letsel door schuld in het verkeer (art. 6 WVW.) De uitspraak is van 28 maart 2017 en ging over een ongeval dat plaatsvond in mei 2016. Deze uitspraak is van belang omdat hieruit blijkt welk criterium de rechter hanteert.

Na een oproep van de meldkamer ging de verdachte agent samen met een collega naar een incident. De meldkamer had geen toestemming gegeven voor het voeren van optische- en geluidssignalen, maar deze stonden wel aan. Bij het passeren van een kruising reed de agent door rood en raakte hij met hoge snelheid een personenauto. De bijrijder in deze personenauto raakte gewond.

De rechter oordeelde dat de bestuurder van het voorrangsvoertuig zich er steeds van bewust moet zijn dat overige weggebruikers onvoorspelbaar kunnen reageren. Het is dan zelfs mogelijk dat overige weggebruikers het voorrangsvoertuig niet opmerken. Daarom mag een rood licht alleen genegeerd worden met een snelheid van maximaal 20 km/uur.

In deze casus stopte de verdachte niet voor het rode verkeerslicht en hij reed door rood met een aanzienlijk hogere snelheid dan 20 km/uur.  De rechtbank oordeelde dat de verdachte agent daardoor zeer onvoorzichtig en zeer onoplettend heeft gereden. De verdachte heeft daarmee zichzelf én zijn medeweggebruikers in een levensgevaarlijke situatie gebracht. En, voegt de rechtbank er aan toe, juist van een politieagent mag verwacht worden dat hij de veiligheid van anderen in acht neemt, ook al is de verdachte onderweg naar een levensbedreigende situatie. De chauffeur van de politieauto werd uiteindelijk veroordeeld tot een taakstraf van tachtig uur en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden. De rechter hield bij het bepalen van de straf er rekening mee dat de verdachte als politieman bezig was met zijn werk en dat hij deze verkeersfouten juist maakte ten behoeve van de veiligheid van anderen.

Uit deze, maar ook uit andere eerdere uitspraken in ongevalszaken blijkt dat de rechtbanken grote waarde hechten aan het volgen van de voorschriften uit de brancherichtlijn. Het volgen van deze voorschriften is een belangrijke factor bij de beoordeling van ongevallen van voorrangsvoertuigen.

Deze uitspraak is te vinden op www.rechtspraak.nl ECLI:NL:RBOBR:2017:1781

Een aanrijding, maar geen spoedrit?
Zonder het gebruik van optische- en geluidssignalensignalen zijn ambulances geen voorrangsvoertuigen. Op dat moment zijn zij dus gelijk aan andere weggebruikers. Dit houdt in dat bij een ongeval dezelfde verkeersregels gelden. De politie zal dan ook volgens deze regels onderzoeken welke weggebruiker zich niet aan de regels heeft gehouden, of er mogelijk vrijstelling van toepassing is, en waardoor het ongeval is ontstaan.

Passagiers zonder gordel in de ambulance?
Hoe vaak gebeurt het niet, een patiënt moet met spoed vervoerd worden in de ambulance en een familielid wil graag mee. Maar er is geen goede zitplaats met een gordel. Of voor (kleine) kinderen is geen goed kinderzitje in de ambulance, omdat daar geen ruimte voor is. Wat gebeurt er wanneer één van deze niet-liggende passagiers betrokken raken bij een ongeval met de ambulance? Is de ambulancechauffeur dan ook verantwoordelijk?

Het antwoord kan kort zijn: Ja. In de ambulance is alleen de hulpverlener vrijgesteld van de gordelplicht als dit nodig is voor de verzorging van de patiënt. Alle overige passagiers moeten plaatsnemen op de voor hen bestemde zitplaatsen. Het dragen van een gordel is daarbij verplicht. Dit geldt ook voor kinderen jongeren dan 18 jaar die kleiner zijn dan 1,35 meter en die nog in een kinderstoel of een kinderbeveiligingssysteem vervoerd moeten worden. Als er een speciale schoudergordel in de ambulance zit, dat moet de patiënt hier in liggen.

Ook in het verkeersstrafrecht geldt de regel dat de bestuurder van een voertuig een zorgplicht heeft voor de veiligheid van iedere persoon die wordt vervoerd. Bij de beoordeling van een ongeval zal zeker een rol spelen welke maatregelen zijn genomen voor de veiligheid van de vervoerde personen. Ook wordt beoordeeld of de chauffeur het rijgedrag voldoende heeft afgestemd op de wijze waarop de vervoerde personen wel of niet waren beveiligd.

 

Ook wij realiseren ons dat dit in de praktijk tot ingewikkelde situaties kan leiden. Want er zijn situaties denkbaar dat bijvoorbeeld een klein kind dat niet gewond is, nu eenmaal mee moet.  Bijvoorbeeld om te voorkomen dat de patiënt door het gescheiden worden van het kind in paniek raakt. En wanneer de ambulance dan bijvoorbeeld geen goedgekeurd kinderzitje of zittingverhoger heeft, kan dit voor de chauffeur een lastige verantwoordelijkheid zijn.

 

Wel moet daarbij rekening worden gehouden met de risico’s die het met zich meebrengt als een kind niet in een goedgekeurd kinderzitje of zittingverhoger wordt vervoerd. In de eerste plaats voor de veiligheid van het kind, maar ook voor de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de ambulancechauffeur.

Tot slot

Het besturen van een voorrangsvoertuig geeft naast rechten, zeker ook plichten. Bij een ongeval is de chauffeur aansprakelijk en hij kan als verdachte worden aangemerkt. De politie doet onderzoek, verhoort de chauffeur als hij verdachte is, hoort eventuele getuigen en dan is het aan het OM om te beslissen of tot vervolging wordt overgegaan, welke feiten ten laste worden gelegd en voor welke rechtbank de chauffeur moet verschijnen. Tijdens de rechtszaak vormen de brancherichtlijnen een belangrijk toetsingskader voor de rechter.

Voorkómen is natuurlijk beter dan vóórkomen, maar voor het geval het mis gaat, heeft dit stuk een beetje licht willen werpen op enkele juridische aspecten die daarbij een rol kunnen spelen.

 

Bron: artikel 58 en 59 van het RVV 1990 (Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990).

Tactical Emergency Casualty Care (TECC) impressie

Beter voorbereid zijn op zorg aan patiënten bij incidenten door aanslagen en terrorisme? Volg dan de Tactical Emergency Casualty Care. Een indruk krijgen? Bekijk deze trailer.

De TECC is gericht op de primaire pre-hospitale zorg aan patiënten bij incidenten door aanslagen en terrorisme (Terrorisme Gevolg Bestrijding). Deze Amerikaanse NAEMT-cursus is vertaald naar de Nederlandse ambulancezorgsetting. Daarnaast worden ook de multidisciplinaire afspraken met politie, brandweer en defensie voor first responders bij extreem geweld toegelicht.

 

De TECC is gerealiseerd in samenwerking met AZN en V&VN Ambulancezorg.

 

Nederlandse versie AMLS-boek

Vandaag vond de officiële overhandiging van het vertaalde AMLS-boek plaats. Albert van Eldik  en Stan Hanneman namen als bestuurslid en National Coördinator een exemplaar in ontvangst, namens V&VN (licentiehouder NEAMT-cursussen). Ook de uitgever van het boek, Bohn Stafleu van Loghum, was hierbij aanwezig.

Sinds april 2017 verzorgen we vanuit de Academie de AMLS 2e editie; dit is een vernieuwde en verbeterde versie van de voorgaande AMLS cursus. Bij deze nieuwe editie hoort ook een Nederlandstalig lesboek. Cursisten gebruiken sinds april de ruwe versie van de vertaling, omdat het drukproces nog niet was voltooid. Inmiddels zijn de boeken binnen en nemen we het boek officieel in gebruik vanaf de eerstvolgende AMLS cursus.

Instroomprogramma Cardiac Care Verpleegkundigen officieel van start

Vanaf september 2017 starten we officieel met het instroomprogramma voor CCV’ers. In opdracht van AZN heeft de Academie voor Ambulancezorg een instroomprogramma ontwikkeld om de cardiac care verpleegkundigen ook toegang te geven tot de initiële opleiding tot ambulanceverpleegkundige.

Officiële start instroomprogramma vanaf september
In mei 2017 zijn we een eerste instroomprogramma gestart met een pilotgroep van studenten. Vanaf september 2017 starten we officieel met het instroomprogramma. Het is de bedoeling dat cardiac care verpleegkundigen vier keer per jaar kunnen starten en aansluitend doorstromen in de initiële opleiding tot ambulanceverpleegkundige. Per instroommoment is er op dit moment ruimte voor acht deelnemers.

Cardiac Care Verpleegkundigen aanmelden
Aanmelden voor het instroomprogramma kan via de ROC van je RAV.

Bekijk de opleidingspagina CCV-instroom op deze website

Inauguratie TECC geslaagd!

Op 22 en 23 februari vond de inauguratie plaats van de Tactical Emergency Casualty Care (TECC) Course. The National Association of Emergency Medical Technicians (NAEMT) heeft deze inauguratiecursus positief beoordeeld en de deelnemers hebben als eerste in Nederland het TECC-certificaat behaald. Vanaf april zal de TECC Course te volgen zijn voor iedere ambulancehulpverlener.

Relevante cursus met oog op terroristische dreiging
De nieuwe Amerikaanse NAEMT-cursus is geënt op de primair pre-hospitale zorg aan patiënten bij incidenten door aanslagen en terrorisme. Een zeer relevante cursus met het oog op de toenemende terroristische dreiging in ons land. Het programma is grotendeels overgenomen van Tactical Combat Casualty Care (TCCC) Course, de militaire versie van de PHTLS. De fasen Direct Threat Care, Indirect Threat Care en Tactical Evacuation vormen de basis van deze nieuwe cursus.

Succesvolle ontwikkeling
Afgelopen oktober zijn de eerste instructeurs in de Verenigde Staten opgeleid. Tussen oktober en februari hebben we de cursus in recordtempo vertaald naar de Nederlandse ambulancezorgsetting om in februari klaar te zijn voor de accreditatie. We zijn trots op het resultaat en de goede samenwerking met V&VN en AZN.

AvA Voetbaltoernooi, ben jij er ook bij?

Na een geweldige eerste editie van ons eigen voetbaltoernooi in 2015, is het dit jaar tijd om weer het duel aan te gaan met de andere RAV’en. Reserveer daarom 14 april (Goede Vrijdag) alvast in je agenda! Het zou leuk zijn wanneer iedere RAV een team kan laten meedoen.

Aanmelden en deelnamekosten
Teams kunnen zich aanmelden met minimaal 7 en maximaal 10 spelers. Meld een team aan door de namen van de spelers + een contactpersoon te mailen naar
info@academievoorambulancezorg.nl. Deelnamekosten zijn € 100,- per team, waarvan € 50,- gedoneerd wordt aan Stichting Ambulance Wens.

TECC inauguratiecursus

Nieuwe cursus gericht op incidenten door aanslagen en terrorisme
De nieuwe Amerikaanse NAEMT-cursus is geënt op de primair pre-hospitale zorg aan patiënten bij incidenten door aanslagen en terrorisme. Een zeer relevante cursus met het oog op de toenemende terroristische dreiging in ons land. Het programma is grotendeels overgenomen van Tactical Combat Casualty Care (TCCC) Course, de militaire versie van de PHTLS. De fasen Direct Threat Care, Indirect Threat Care en Tactical Evacuation vormen de basis van deze nieuwe cursus.

Omzetten cursus naar Nederlandse setting
Afgelopen oktober is de eerste pool instructeurs in de Verenigde Staten opgeleid en hebben we daarmee de TECC Course naar Nederland ‘gehaald’. Op dit moment werken we aan de implementatie van de cursus naar de Nederlandse ambulancezorgsetting. Uiteraard hebben we ook aandacht voor de bestuurlijk in te regelen aspecten en een juiste afstemming met de GGB.

Auditeren Nederlandse versie
Voordat we de cursus zelfstandig gaan uitvoeren in ons land, moet deze Nederlandse versie worden geauditeerd door de NAEMT. Hiervoor organiseren we samen met V&VN in februari 2017 een zogenaamde inauguratiecursus op het CBRN-trainingscentrum van het Ministerie van Defensie.

11 startmomenten initiële opleidingen per maart 2017

Per 2017 biedt de Academie elf startmomenten aan per jaar, voor de initiële opleidingen ACH en AVP.

Wat zijn de consequenties voor de organisatie en inschrijving voor dit moment?
1. We starten in maart 2017. In januari starten nog 2 groepen conform de huidige organisatiestructuur, in februari start geen opleiding.
2. De ROC-en hebben informatie ontvangen om een nieuwe inschrijving te doen. In het portaal zijn ook de vastgestelde data voor alle groepen die starten in 2017 terug te vinden. Een veelgehoorde vraag en behoefte vanuit de diensten.
3. Om de integratiegedachte te borgen moeten we de spreiding reguleren. Om die reden stellen we nu 13 opleidingsplaatsen voor de verpleegkundigen en 10 voor de chauffeurs beschikbaar per startmoment.

Academie voor Ambulancezorg reikt bevoegdheidspas OGS uit

Op 1 april 2015 is de ministeriële vrijstelling van kracht gegaan om op de openbare weg rijonderricht te mogen geven of te krijgen in het besturen van een voorrangsvoertuig. In die vrijstelling worden regels en voorwaarden beschreven waaraan de rijinstructeur moet voldoen. Deze zijn vertaald naar een competentieprofiel. Het IBKI is belast met de examinering en certificering van de rijinstructeurs waarop zij, bij het laten zien van de benodigde kennis en vaardigheden, de OGS+ pas afgeven. Pas dan is de rijinstructeur bevoegd om rijonderricht in het rijden met optische en geluidssignalen te verzorgen.

Studenten die in 2016 gestart zijn met de initiële opleiding tot ambulancechauffeur ontvangen na afronding van de Basismodule Rijvaardigheid Voorrangsvoertuig (BRV) een bevoegdheidspas OGS. Om deze pas te bemachtigen dienen studenten een theoretisch en praktisch assessment aan het einde van de module met een voldoende resultaat afgerond te hebben. De bevoegdheidspas is een bewijs dat iemand beschikt over de competenties om op veilige en verantwoorde wijze aan het verkeer deel te nemen als bestuurder van een voorrangsvoertuig. De pas heeft geen juridische status en er kunnen geen rechten aan ontleend worden.

De Basismodule Rijvaardigheid Voorrangsvoertuig (BRV) is in beginsel ontwikkeld voor de ambulancechauffeur in opleiding en maakt deel uit van het totale initiële leertraject. De BRV is gebaseerd op de eindtermen binnen het taakgebied Vakinhoudelijk handelen: rijtaken en logistiek uit het Deskundigheidsgebied Ambulancechauffeur. Dit deskundigheidsgebied is opgesteld als leidraad bij de erkenning van de initiële opleiding tot ambulancechauffeur door College Zorgopleidingen (CZO). Omdat het ontwikkelen en uitvoeren van een valide en betrouwbaar assessment een vak apart is, heeft de Academie voor Ambulancezorg zich laten adviseren door het CITO, een internationaal erkend expert in het ontwikkelen en afnemen van examens. CITO heeft de Academie een certificaat overhandigd dat de kwaliteit van assessments binnen onze organisatie bevestigd.

De Basismodule Rijvaardigheid Voorrangsvoertuig wordt gegeven binnen het initiële onderwijs, maar kan ook als losse zesdaagse training gevolgd worden door (aankomende) bestuurders van andere voorrangsvoertuigen binnen de spoedeisende medische hulpverlening. Voor ervaren bestuurders van een voorrangsvoertuig is er een tweedaagse rijtraining Rijden met optische en geluidssignalen beschikbaar. Onder begeleiding van een OGS+-gecertificeerde instructeur worden de competenties om als bestuurder van een voorrangsvoertuig veilig en verantwoord aan het verkeer deel te nemen, verder ontwikkeld. Beide trainingen worden met een theoretisch en praktisch assessment afgerond. Bij het met goed gevolg afleggen van deze assessments wordt de bevoegdheidspas OGS uitgereikt.